info@regiopeil.nl Mirantes lid

Flexwerk niet zaligmakend

Flexwerk niet zaligmakend
22
jun
 

Het aantal vaste banen mag door de aantrekkende economie groeien, Nederland is in Europa nog steeds koploper met flexibele arbeidscontracten. Niet tot ieders tevredenheid, want soms is flexwerk uit nood geboren.

Dat blijkt uit de reacties op de enquête die we onder 500 deelnemers van Regiopeil.nl hielden. De overheid maakt zich er in de ogen van sommige lezers wel erg gemakkelijk vanaf door onvoldoende in te zetten op goeie voorzieningen op het gebied van vooral pensioenopbouw.

De deelnemers aan de enquête die zelf flexwerker zijn, zijn dat vaak omdat het niet lukt om een vaste baan te krijgen: bij meer dan een derde van de lezers is dat het geval. Een kwart kiest bewust voor flexwerken. Wat is flexwerk? Wij hanteren de definitie van vakbond CNV. ,,Een verzamelnaam voor allerlei soorten werk en contractvormen. ZZP’ers, oproepkrachten, seizoenwerkers, werknemers met een tijdelijk dienstverband met uitzicht op een vast dienstverband en werknemers in dienst van een contractingbedrijf.”

Flexwerkers en vaste arbeidskrachten: het levert hier en daar wel wat spanningen op.

“Te veel flexwerkers zijn funest voor de rust, sfeer en solidariteit tussen werknemers.”

“Werk is niet meer de verbindende factor, waardoor de maatschappij nog meer als los zand aan elkaar gaat hangen. En het ondermijnt allerlei sociale vangnetten die we in het verleden belangrijk vonden.”

Ook de belangen tussen werkgever en flexwerker kunnen op gespannen voet met elkaar staan:

“Een aannemer heeft belang bij het snel gereed hebben van een klus. Een ingehuurde flexwerker heeft er belang bij dat diezelfde klus langer duurt zodat hij meer werkdagen in rekening kan brengen. Dit dilemma blijft steeds terugkeren. De onzekerheid of er op termijn nog voldoende werk is, is voor een aannemer een bron van zorg, maar zeker ook voor de flexwerkers. Helaas hebben zij beiden een andere oplossing voor dit probleem.”

Veel lezers vinden dat we ons in Nederland een rad voor ogen laten draaien met flexwerken.

“We laten ons vooral aanlullen dat we ‘moeten’ flexen. Ik werk al dertig jaar bij een baas en dat bevalt uitstekend.”

Flexwerk-stellingen

1. Flexwerk brengt voortdurende onzekerheid met zich mee over het behouden van werk en inkomen.

Veel mensen zijn het hier mee eens en dat komt overeen met de bevindingen van de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid: de onzekerheid knaagt. “Een flexwerker is altijd onzeker over zijn inkomen. Kan ik mijn huur betalen? Kan ik een nieuwe auto kopen? Kan ik mijn kinderen wel onderhouden?”

2. Net als voor zzp-ers moet er ook voor flexwerkers een passende pensioenvoorziening komen.

Veel instemming. Hoe het nu geregeld is, is niet goed, vindt een panellid. “Er is niet één pensioenfonds voor alle flexwerkers. Ieder uitzendbureau heeft zijn eigen regeling en pensioenfonds/verzekeraars. En je kunt daarbij niet eens kiezen!”

“Ik werk al jaren zonder pensioenopbouw. Als alleenstaande ouder heb ik geen keuze, ik moet werken, maar ik ben al jaren stomverbaasd dat het in ons land mogelijk is om contracten aan te bieden zonder pensioenopbouw.”

” De enige garantie die je krijgt is dat je geen garantie hebt en maar moet zien hoe je er vanaf komt als je met pensioen gaat.”

3. Het is onwenselijk dat op de werkvloer flexwerkers en vast personeel geen gelijke rechten hebben.

“Flexwerk zou voor een werkgever juist duurder moeten zijn dan vast. Een kortdurend huurcontract is toch ook (relatief) duurder dan een langdurig contract?”

“Flexwerkers hebben geen rechten in de organisatie, wel veel verplichtingen.”

4. Door het groeiend aantal flex-arbeiders worden werknemers met een vast contract zwaarder belast.

Bijna de helft van de deelnemers aan de enquête is het hiermee eens. “Vast personeel heeft te lijden onder flexwerkers, denk aan het constant opnieuw inwerken van mensen.”

“In het algemeen kan men stellen dat flexwerk voor de werkgevers enorm veel voordelen heeft, want het is goedkoper en legt vrijwel alle risico’s bij de flexwerkers.”

“Meer flexwerkers is (zeer) slecht voor de werknemers met een vast contract. Zij worden gedwongen om te concurreren met de (per definitie) goedkopere flexwerker. Bovendien betalen zij indirect (via hogere belastingdruk) voor de belastingvoordelen van de flexwerkers, waardoor zij bizar genoeg mogen betalen voor extra concurrentie op de arbeidsmarkt.”

5. Door flexwerk heb je meer vrijheid om werk en privé te combineren.

Zware verdeeldheid bij deze stelling. Een flexwerker schaart zich bij het ‘oneens’ kamp. “Ik ervaar juist steeds meer stress omdat ik steeds op zoek moet naar een volgende baan. Elke keer zoeken, mezelf presenteren, een baan veroveren, en mezelf inwerken. Dat kost veel energie.”

“Met flexwerk moet je buigen naar je werkgever en je wilt de uren wel maken om voldoende inkomen te genereren. Dit geeft je geen vrijheid.”

“Flexwerk zorgt ervoor dat je bewuster leeft en keuzes maakt qua tijd, inhoud en mogelijkheden.”

6. Flexwerkers zijn vaak in het bedrijf waar zij werken minder toegewijd dan het vaste personeel.

Grote verdeeldheid over deze stelling. “Het duurt lang voordat je een werknemer hebt ingewerkt en vaak willen werknemers niet teveel tijd steken in het inwerken van een flexwerker. Zij hebben dan minder kansen en zijn waarschijnlijk ook minder gemotiveerd omdat ze weten dat het contract binnenkort niet verlengd wordt. Het levert veel stress op. Meer geschikt voor jonge mensen zonder gezin dan ouderen mét gezin.”

7. Flexwerkers overschatten hun carrièrekansen.

De helft van de deelnemers heeft er geen oordeel over. Een enkeling signaleert wel een trend: “Net op het moment dat je een vast contract kunt krijgen, gooit de werkgever jou eruit. Ik begrijp dat wel uit oogpunt van de werkgever. Maar ik vind dat de overheid meer sociale zekerheden moet geven aan de flexwerker.”

Voor veel deelnemers aan de enquête spelen de carrièrekansen niet zo’n grote rol. Het is meer dat er links- of rechtsom geld op de plank moet komen. “Flexwerkers zijn lang niet altijd vrijwillig flexwerker, maar worden gedwongen door het niet in vast werkverband mogen komen bij werkgevers.” Anderen zijn flexwerker geworden omdat er geen geld meer was voor een vast contract.

8. De overheid laat het oplossen van problemen rond flexwerk terecht over aan werkgevers en werknemers.

Veel lezers vinden juist het tegenovergestelde. “Als er een partij is die zelf actief in moet grijpen om flexwerkers meer rechten te geven, dan is het de overheid wel.” Ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en de werkgeversorganisatie AWVN liet eerder al weten voor meer sturing door de overheid te zijn om zo de verschillen tussen vast en flexwerk te verkleinen.

9. Flexwerkers hebben door afwisseling van werk en werkgevers meer plezier in hun werk.

Nee hoor, vindt de meerderheid. “Of je meer plezier hebt in je werk, ligt aan de persoon. Wat ik wel merkte, is dat er meer stress is en er verhoudingsgewijs meer uren gewerkt dienen te worden om een belegde boterham te krijgen.”

10. Vakbonden spelen met maatregelen en in de cao-onderhandelingen goed in op het groeiend aantal mensen met een flexcontract.

De vakbonden valt wel wat te verwijten, vinden onze lezers. “Traditioneel zijn het de vakbonden die voor het tegenwicht zorgen in het krachtenspel met de werkgevers, maar hun macht is vrijwel gebroken en werknemers (vast én flex) staan er in principe alleen voor. En omdat in de politiek de neoliberalistische marktwerking-voor-alles ideologie oppermachtig is, stelt de overheid zich eerder als vijand, dan als vriend op tegenover de individuele burger.”

Ook meedoen aan onze enquêtes? Word dan lid van het panel www.regiopeil.nl

Het staat u iedere keer vrij om mee te doen aan de opiniepeilingen.

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *